Free Web space and hosting from 4t.com
Search the Web

  De Brasem
     
Home Page

Over mijzelf

HSV Het Meuntje

De Snoek

De Karper

De Blankvoorn

De Zeelt

De Aal

De Snoekbaars

De Brasem

Links

 

De brasem (Abramis brama) is bij vissend Nederland vaak het onderwerp van gesprek. Hengelaars mopperen over verbraseming en noemen de vissen soms ˜luie dweilen en scheermessen. Beroepsvissers klagen dat brasems de aal wegconcurreren. En of het nog niet genoeg is, wijzen waterkwaliteitsbeheerders naar de dichte brasemstand als een veroorzaker van troebel water. Maar er zijn gelukkig ook vele sportvissers voor wie een fiere opstekerâ of een bewegende winkle-pickertop de dagelijkse zorgen even doet vergeten...

Even voorstellen
De brasem is een hoog gebouwde vis. De bek is tamelijk fors en uitstulpbaar. Verder valt de driehoekige rugvin op, die net als de andere vinnen grijs is gekleurd. Eigenlijk is de brasem maar met een andere vissoort te verwarren en dat is de kolblei. Een van de verschillen is dat de kolblei relatief grotere ogen heeft dan de brasem (Om in details te treden: groter dan de afstand van voorste oogrand tot aan de punt van de bek; bij de brasem is die afstand kleiner).
De brasem hoort thuis in stilstaande of langzaamstromende wateren, ondiep en met een modderige bodem. Veel wateren in Nederland zijn zo, en daarom is de brasem hier een van de algemeenste vissoorten. Visstandbeheerders duiden (vaak door meststoffen uit afvalwater en de landbouw) troebel geworden wateren met weinig waterplanten aan als het ‘brasem-snoekbaars-viswatertype. Want juist deze beide vissen zijn voor dergelijk troebel water typerend.

Een op de honderd eitjes wordt een brasem
Zich voortplanten doen brasems pas als ze een jaar of zes oud zijn. In de vroege zomer zie je - zelfs in de kleinste slootjes- de ruggen van de paaiende brasems boven het water uitsteken. Het brasemwijfje neemt het niet zo nauw met de plaatsen voor het schieten van kuit. De lichtgele eitjes worden met vele honderdduizenden afgezet op waterplanten, maar oude fietsen, stenen en beschoeiingpaaltjes voldoen eigenlijk net zo goed.
Na tien dagen komen de eitjes uit. Van de eitjes gaat 90% verloren door schimmel, kuitrovers e.d. en van de larven zal nog eens 90% ten prooi vallen aan allerlei vijanden. Maar zelfs dan houd je meer dan voldoende brasems over.

Tafelmanieren
Eerst eten de larven en jonge brasems vooral watervlooien en andere planktondiertjes. Na twee jaar zoeken de vissen ook hun kostje op de bodem: muggenlarven, slakjes, mosseltjes en wormpjes. Met hun ver uitstulpbare bek wroeten ze diep in de modder. Met hun fijne kieuwzeven kunnen ze het opgepakte voedsel vervolgens uit de modder filteren. Maar ook watervlooien blijven een lekkernij voor grote brasems. Een tekort aan watervlooien (algengrazertjes!) kan in voedselrijke wateren leiden tot onbelemmerde groei van algen. Gevolg: het water wordt daar al snel troebel door algenbloei.

Vele varkens maken de spoeling dun
Brasems kunnen in negen jaar tijd de veertig centimeter bereiken en daarna doorgroeien tot vloerformaat. Maar waar te veel brasem voorkomt, groeien de afzonderlijke vissen nauwelijks: vele varkens maken de spoeling dun. Een brasem van negen jaar die maar 20 centimeter bedraagt is dan niets bijzonders! Bovendien zijn het vaak vissen die een slechte conditie hebben en vatbaar zijn voor ziekten. Het verschijnsel noemt men verbraseming.

Ingrijpen
Visstandbeheerders grijpen vaak in om de kwaliteit van de brasemstand en daarmee ook de overige visstand te verbeteren. Een zware maatregel is het verwijderen van een deel van de brasems. De overgebleven brasems, en vaak ook andere vissoorten, krijgen dan ruimte om te groeien: er is immers meer voedsel voor minder monden. Maar voor een echt evenwicht zijn meer maatregelen nodig: alles in het water hangt immers met elkaar samen. De waterkwaliteit zal beter moeten worden (minder meststoffen in het water). De roofvisstand moet nieuw leven ingeblazen worden, bijvoorbeeld door het verwijderen van de grote jongens onder snoeken en snoekbaarzen, of het bevorderen van waterplanten. Roofvissen zijn van belang om de jaarlijkse geboortegolf van de brasem in te dammen.
Waterkwaliteitsbeheerders in Nederland zijn op dezelfde toer gegaan. In een aantal situaties is het gelukt om door brasems weg te vangen voorheen troebele wateren weer helder te krijgen. Dit ‘actief biologisch beheer slaagt echter niet altijd, want er spelen meer oorzaken van troebel water dan de brasem alleen....

Al deze ingrepen zullen er gelukkig niet toe leiden dat de brasem, toch een oer-Hollandse vis, uit de Nederlandse wateren verdwijnt. Wellicht krijgen we wat meer soorten van heldere, plantenrijke wateren, zoals snoek, zeelt en ruisvoorn. Maar de brasem hoort in ons water en daarom zal er altijd brasem te vangen zijn. Toch een prettig vooruitzicht voor al die hengelaars die het graag met de brasem ‘aan de stok hebben.


Soort BRASEM
Lengte afgebeelde vis 40 cm
Wetenschappelijke naam Abramis brama
Auteursnaam / Jaar (Linnaeus, 1758)
Duitse naam Brachsen
Engelse naam Bream
Franse naam Breame
Minimummaat geen
Maximale lengte circa 80 cm
Herkenning Kleine exemplaren kunnen verward worden met de kolblei. Aantal rijen schubben boven de zijlijn, geteld volgens de schuin naar de rugvin gerichte pijl, bedraagt 12-14 (de schub op de zijlijn niet meegeteld) (1). De oogdiameter is kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek (2). De bek is onderstandig en ver uitstulpbaar(3).
Voorkomen/zeldzaamheid algemeen
Verspreiding Komt voor in allerlei watertypen.
Ecologie
Voedsel Hoofdzakelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen, dierlijk plankton en wormpjes.
Opmerkingen
Rode lijst status